25th Anniversary Expo – Introduction

25th anniversary expo: Lucy Besson

Introduction by Drs. Constant Hoogenbosch, 2014

“Dichter en filosoof Friedrich Nietzsche zei in de 19de eeuw: “Kunst is in wezen de bevestiging, de zegening en de vergoddelijking van het bestaan.” Wat een bestaan moet kunstenares Lucy Besson dan hebben. Een bestaan dat begon in Siberië op 7 april 1959 en sinds 1991 zijn weg heeft gevonden in Nederland.

Op zaterdag 12 april stond Lucy Besson stil bij een leven en bestaan van 25 jaarprofessionele kunst. Met de nadruk op professioneel. Kunst bestaat immers niet alleen en zeker niet per definitie bij de gratie van de professionele vorm. In essentie staat kunst los van de professionele vorm. Het is een uiting van het zelf -het bewuste of onbewuste -dat pas in de realiteit het predicaat professioneel of onprofessioneel krijgt. Lucy Besson maakte in die realiteit haar uiting van het zelf tot een professie. Ze beweegt zich als filmmaker, schilder, tekenaar en als fotograaf. In haar zien we een prachtig evenwicht van passie, diepgang, waarnemingsvermogen en focus. De focus waarmee ze, gegroeid uit Russische wortels haar blik richt op de westerse en heel specifiek de Nederlandse mens, cultuur en samenleving. De komst naar Nederland werd het begin van een zoektocht naar de mensen die haar omringen, maar ook haar relatie tot deze mensen en haar plaats in die nieuwe, soms best vreemde wereld vol andere waarden, normen, communicatie en esthetische opvattingen. Maar het is in de esthetiek waar Lucy Besson de universaliteit vond, de brug in communicatie die gesproken taal overstijgt. Beeldende kunst behoeft in de meeste gevallen immers geen gesproken taal.

Wat is er sprekender dan het menselijk gelaat? De Deense filmmaker Carl Theodor Dreyer zei ooit: “Niets in deze wereld kan vergeleken worden met het menselijk gelaat. Het is een landschap waarvan het onderzoeken nooit verveelt.” Het vastleggen van mensen in een portret is meer dan alleen een visuele registratie. Lucy analyseert de menselijke natuur die het gezicht tot een persoon maakt. “In de ogen van de ander herkennen wij onszelf”, zei Lucy ooit tegen ondergetekende. Op dat moment flitsten direct de woorden van de Joods Franse filosoof Emmanuel Levinas door het hoofd: “Ik word ik in het aangezicht van de ander. De ander is niet een thema, iets om over na te denken of te bekijken. In de ontmoeting met de ander is de overgave aan de ander altijd het eerste.”

Ook in haar portretten is het werk van Lucy een reflectie van de wereld, haar zijn, haar dromen en haar verleden … ook de niet gerealiseerde wensdromen. Mijmeringen van wat is, wat had kunnen zijn en wat nooit is geworden. Want welk klein Russisch meisje wil geen ballerina worden bij aan het Mariinski of Bolsjoj ballet? Het is niet voor niets dat één van haar eerdere publicaties de titel ‘Searching for the Soul’ droeg. De ziel die ze naast haar schilderijen en films ook vastlegt in fotografie. De foto’s die ze op zaterdag 12 april aan het publiek voorstelt en inzet zijn van haar boek ‘Insomnia.’ Een boek vol portretten waarin de mens als een mysterie wordt opgevoerd, soms bijna anoniem, de ogen gesloten in zijn of haar eigen werkelijkheid, versluierd achter een waas. Beelden waar de mens op lijkt te gaan in de wereld die hem of haar omringt. Niet als in de schilderijen van Caspar David Friedrich veelal met de rug naar de toeschouwer. Nee, Lucy gaat voor het gelaat. Ook wanneer het niet herkenbaar is. Identiteit zit niet alleen in gezichten. Identiteit zit ook in de setting en de relatie tot de ander.

Een foto is misschien wel een van de meest paradoxale en gelaagde objecten die we om ons heen kunnen aantreffen. Onze dagelijkse confrontatie met foto’s maakt dat fotografie enigszins is gebanaliseerd. Foto’s zijn vanzelfsprekend geworden. Zo vanzelfsprekend dat we ons niet meer echt bewust zijn van wat een foto doet en betekent. Het is de verstilling van een moment in de tijd dat voorbij is met het moment van de opname. We grijpen een fractie van die tijd. De illusoire kracht van fotografie en het verhaal dat achter het moment en de foto zit worden onderschat. Foto’s zijn momentopnames zoals we ze allemaal zien maar niet vastleggen. Dat doet Lucy wel.

Wat je ziet, ben of maak je zelf. Ook fotografie is een venster waardoor je naar jezelf kijkt.

Het is jouw oog dat bepaalt wat er wordt vastgelegd. Of zoals de Nijmeegse filosoof Harm Boukema het verwoordt: “Zoals filosofie de kunst van het origineel, gepassioneerd, persoonlijk, kritisch, onconventioneel en consistent denken is, is fotografie de kunst van het origineel, gepassioneerd, persoonlijk, kritisch, onconventioneel en consistent kijken en vastleggen.” De meest fundamentele eigenschap van een foto is dat zij dingen aan ons laat verschijnen. Een van de meest moeilijke vragen is of de foto de werkelijkheid inderdaad aan ons laat verschijnen of dat we te maken hebben met een illusie. Wat voor status hebben de dingen die fotografie aan ons laat verschijnen? Zijn ze gekleurd door het oog van de fotograaf? Het antwoord is een volmondig ‘ja’. Lucy kleurt met haar oog de dingen die ze aan ons laat verschijnen – of dat nu schilderwerk, filmwerk of fotowerk is. Het oog van de meester blijft hetzelfde, het is de verschijningsvorm die varieert.

Om af te sluiten met de woorden van Aristoteles: “Het doel van de kunst is niet het uiterlijk van dingen weer te geven, maar het innerlijk… dat is de echte werkelijkheid.” Op zaterdag 12 april presenteerde Lucy Besson haar werkelijkheid.”

Drs. Constant Hoogenbosch, 2014